Hoe eet je een olifant?

Ik kom bij veel zorgteams over de vloer, met name binnen de ouderenzorg en revalidatiezorg. Zo’n drie tot vier maanden werk ik dan mee met een team, om het beter te laten draaien.

Eén van de problemen die als eerste op tafel komen, is de grote werkdruk. De verzorgenden en verpleegkundigen voelen zich afgemat, moeten zich bij alles haasten. Nergens is tijd voor. Als ik dan ook nog eens vraag of ik de afdelingsagenda mag inzien, hoor ik een grote zucht. ‘We hebben écht geen tijd om de agenda bij te houden hoor.’

Maar ik vraag door. Wie van de teamleden houdt voor thuis een agenda bij? Tuurlijk. Een papieren gezinsagenda op de koelkast, of de gedeelde agenda op de smartphone – iedereen heeft er wel één.

En dat is toch gek. Die agenda thuis laat zien wat je wanneer moet en wilt doen. Op basis van je agenda ben je prima in staat om prioriteiten te stellen. Dat zou je toch ook op de afdeling willen? Zou dat op de werkplek niet ook nét dat beetje rust kunnen brengen?

Dus hoe doe je dat dan? In kleine hapjes. Nouja, een ólifant eet je in kleine hapjes. Een agenda bijwerken doe je in kleine stapjes.

Dat doe je niet alleen. Zo’n stap zetten om een patroon te doorbreken kun je het beste samen doen. Stel één van je collega’s eens voor om samen eens aan die agenda te gaan zitten . Neem bijvoorbeeld elke week één moment om de agenda bij te werken. Na een jaar ben je zomaar 52 happen, eh, stappen verder.

Reacties kunnen niet achtergelaten worden op dit moment.